Door Astrid Werdmuller, maatschappelijk werker Fiom
Toen ik Hans uit de wachtkamer ophaalde zag hij pips. De kleurige bos bloemen in zijn hand leek bijna in contrast met zijn witte, gespannen gezicht. Ik zag wat ik al veel vaker gezien had: dat het niet niks is om voor het eerst van je leven je moeder, de moeder waaruit jij geboren bent, te gaan ontmoeten. Hoe positief je ook bent ingesteld, hoe je het ook probeert zonder verwachtingen tegemoet te treden, hoe nuchter je ook bent, die eerste keer is een groot, niet te beschrijven moment. Van te voren weet je nog niets, behalve dat ze contact wil. En straks weet je ineens zoveel: hoe ze er uit ziet, wat voor ogen ze heeft, of ze je een hand zal geven of zal omhelzen, of ze vriendelijk is of stug, of je op haar lijkt, of het zal klikken…
Hans werd 38 jaar geleden als baby afgestaan en geadopteerd. Hij meldde zich aan bij de Fiom voor een zoekactie naar zijn biologische moeder. Een spannend moment brak aan toen we haar adres hadden gevonden en haar gingen benaderen. Gelukkig bleek ze open te staan voor contact.
Vandaag zouden ze elkaar voor het eerst zien. Ook voor mij als begeleidster is een ontmoeting tussen familieleden elke keer weer spannend. Het omgaan met de verschillende verwachtingen, het proberen aan te voelen wat beide nodig hebben. Kunnen ze elkaar vinden? Ontstaat er iets van waaruit ze met elkaar verder kunnen? Lukt het er uit te laten komen wat er in zit, want soms is er maar één kans?
Het is niet wat het vaak lijkt bij Spoorloos: elkaar in de armen vallen en nog lang en gelukkig leven… Daarna begint het pas. Wat ben je van elkaar? Wat word je van elkaar? Familie, bloedverwanten, wat betekent dat? Is er herkenning? Wordt er ook verwantschap gevóeld? Hoe ga je het contact verder vormgeven? De basis hiervan wordt gelegd in de eerste ontmoeting. Spannend dus, maar ook vaak ontroerend. En heel bijzonder om mee te mogen maken.
Op mijn kamer verzuchtte Hans dat hij inderdaad gespannener was dan hij had verwacht. Gelukkig was het bijna zover, over een kwartiertje zou ze als alles goed ging op de stoep staan. Een kwartier kan lang duren... Toen de bel ging waren we beiden opgelucht, ze was er echt! Hans bleef wachten in mijn kamer en ik ging naar beneden om haar op te halen. In de gang stond een vrouw met een bos bloemen. De kleurige bos bloemen leek bijna in contrast met haar witte, gespannen gezicht. Ik zag wat ik al veel vaker gezien had: dat het niet niks is om je zoon, het kind uit jou geboren maar niet bij jou opgegroeid, na zoveel jaren te gaan ontmoeten.
Naschrift: de ontmoeting verliep goed en Hans en zijn moeder zien elkaar regelmatig.