Loading
 

Weblogs over afstand en adoptie

Hier vindt u de weblogs van diverse personen, geschreven over onderwerpen die met afstand en adoptie te maken hebben.

Reageren?
Heeft u behoefte om te reageren op een weblog? Reageer via de site op de laatste weblog of
stuur een e-mail en wij geven uw reactie door.

Is gedeelde smart halve smart?

Door Isa, geadopteerde In juni was ik voor mijn werk in Kaapstad, Zuid-Afrika, samen met twee collega’s. Dit bezoek stond in het teken van het bezoeke...
1-9-2011

Door Isa, geadopteerde

In juni was ik voor mijn werk in Kaapstad, Zuid-Afrika, samen met twee collega’s. Dit bezoek stond in het teken van het bezoeken van de activiteiten van onze organisatie om kansarmen aan het werk te krijgen. Daarnaast hadden we voldoende tijd om Kaapstad en omgeving te ontdekken. Eén dag gingen mijn collega en ik samen met een gids de Townships, de sloppenwijken van Kaapstad, verkennen. Toen onze gids vertelde dat wij tijdens deze rondrit ook een weeshuis gingen bezoeken was mijn eerste reactie: “Leuk, fijn om die lieve kleine kindjes te ontmoeten”.  Vrij naïef, nog geen idee hebbend van de enorme impact die dit op mij zou hebben…
Bij onze aankomst worden we hartelijk ontvangen door een van de begeleidsters. Zij leidt ons rond over de afdelingen: speelkamers, een waskamer, de keuken, het klaslokaal, de eetkamer en de speeltuin.

Terwijl wij rondlopen vertelt de begeleidster ons over het weeshuis. Het weeshuis vangt kinderen in de leeftijd van 0-5 jaar op. Kinderen die zijn verlaten, verwaarloosd, of mishandeld. Soms zijn zij door hun ouders afgestaan omdat zij niet voor hen kunnen zorgen, ziek zijn of HIV besmet zijn.
Momenteel zijn er 50 kindjes die er blijven, meestal totdat zij een liefdevol pleeggezin krijgen, in sommige gevallen echter totdat zij sterven: vorige week nog stierf een meisje aan een longontsteking…

Het verhaal van de begeleidster raakt ons alle drie en terwijl de tranen in mijn ogen schieten  komen er nieuwsgierige kindjes van 1 a 2 jaar op ons afgelopen. Ik voel heel veel medelijden met deze kinderen en plots is daar ook mijn eigen verdriet: het verdriet van het afgestaan zijn. Ik zie een beeld van mijzelf als klein meisje in het kindertehuis in Amsterdam. Ik doe moeite om mijn tranen niet de vrije loop te laten en doe verwoedde pogingen het brok in mijn keel weg te slikken. Een donker meisje, hooguit 1,5 jaar, kroeshaartjes in een staartje, komt op ons afdribbelen. Met haar kleine, nog onregelmatige stapjes, gaat ze ons een voor een langs. Als ze bij mij aankomt ziet ze mijn tranen en strekt ze haar armpjes uit, alsof ze mijn verdriet voelt en mij en zichzelf wil troosten. Ik knuffel haar stevig en ik ben verkocht: ik zou haar zo mee naar Nederland willen nemen!  Terwijl we worden rondgeleid loopt ze met ons mee en elke keer als ze haar armen opnieuw naar me uitsteekt knuffel ik haar. We zijn vriendinnetjes voor het leven!

In het klaslokaal zijn er jongetjes van een jaar of 5 aan het puzzelen.  Ze hebben een opdracht gekregen van hun juf en een jongetje showt ons trots zijn puzzel want hij is klaar en mijn collega en ik applaudisseren voor hem. In de speelkamer voor de kleinsten zijn er kindjes die met ons willen spelen en wij doen gezellig mee met het overgooien van een bal.

Tijdens dit bezoek krijg ik een aaneenschakeling van emoties: het verdriet over de kindjes die zijn afgestaan en mijn eigen verdriet hierover maar ook de blijdschap over dat de kindjes die wij zien zowel fysiek als emotioneel er goed aan toe zijn: ze zijn blij met onze aandacht en totaal niet mensenschuw. Daarnaast voel ik veel warme sympathie voor de verzorgers, grotendeels vrijwilligers, die een deel van hun leven inzetten voor deze kindertjes. Ik ben niet de enige die emotioneel is, ook mijn collega en onze gids zijn geraakt door deze ervaring.
Voordat we vertrekken doe ik een donatie en ik besluit dit weeshuis te gaan volgen als ik weer thuis ben. Daarbij zal ik mijn kleine vriendinnetje niet in de steek laten en haar financieel blijven steunen, totdat zij haar nieuwe papa en mama gaat vinden. 

En hoe gaat het verder?

Door Isa, geadopteerde Enkele jaren geleden ontmoette ik voor het eerst mijn biologische broer. Het was een formele ontmoeting, want deze vond plaats ...

Door Isa, geadopteerde

Enkele jaren geleden ontmoette ik voor het eerst mijn biologische broer. Het was een formele ontmoeting, want deze vond plaats bij de Fiom. Voordeel: neutrale locatie en dus wel zo "veilig". Tijdens het gesprek was er een maatschappelijk werkster aanwezig, om als het nodig was, het gesprek in goede banen te leiden. Gelukkig bleek dit al snel een overbodige luxe want mijn biologische broer en ik hadden elkaar veel te vertellen en dus verdween de maatschappelijk werkster al snel van het toneel. Mijn broer vertelde mij over zijn leven met mijn afstandsmoeder. Hij vertelde over hoe het is om met één ouder op te groeien. Grotendeels bracht hij zijn jeugd door in een internaat, omdat moeder dacht dat mijn broer zo beter af was. Een heftig verhaal.
Ik vertelde mijn broer over het leven van moeder voordat hij geboren werd. Niet haar eigen versie van haar leven, maar de versie, opgetekend door psychologen, artsen en maatschappelijk werkers, uit mijn adoptiedossier. Het bleek dat mijn broer een ander verhaal van mijn moeder te horen had gekregen over de reden van mijn adoptie "Moeder heeft dit nooit gewild", benadrukte hij mij. De versie die ik ken (uit het dossier) vertelt iets anders: na maandenlang wikken en wegen verkoos mijn moeder het oplossen van haar huwelijksproblemen boven mij, nadat mijn moeder werd gedwongen hier een beslissing over te nemen, in het belang van mij. Omdat ze helaas vroegtijdig gestorven is, kunnen mijn broer en ik haar niet meer confronteren met deze afwijkende versies. Een ding is mij duidelijk geworden: moeder had in die periode weinig grip op haar eigen leven en heeft later ingezien dat ze de tijd graag had willen terugdraaien om andere keuzes te kunnen maken.

Gelukkig was er tijdens deze ontmoeting ook ruimte voor gezelligheid. Mijn broer liet foto's zien van vakanties die hij doorbracht bij onze familie uit Georgië. Vrolijke foto's met feestende, etende, drinkende en dansende mensen. In het dagelijks leven is mijn broer wat meer teruggetrokken: hij brengt zijn tijd graag thuis door, vooral met schilderen en computeren.
Ik vertelde mijn broer over mijn leven dat bestaat uit familie, vrienden, reizen, uitgaan en andere interesses die ik heb. Ook al lijken mijn broer en ik erg van elkaar te verschillen, toch kwamen we er samen achter dat wij ook gemeenschappelijke liefdes hebben: Zon, zee, Griekenland en verassend... een lekker wijntje!

Toen we ruim over de afgesproken tijd het gesprek moesten beëindigen, wisselden mijn broer en ik adressen uit omdat we nog lang niet uitgepraat waren.
Althans, dat dacht ik. Tot zover is het bij dit ene gesprek gebleven en dit is nu een paar jaar geleden. Enkele maanden na onze ontmoeting heb ik mijn broer gemaild voor een afspraak, maar hier heeft hij tot op heden nog niet (...) op gereageerd. Is ons gesprek te confronterend voor hem geweest? Hij is dingen te weten gekomen van moeder die hij zelf niet wist. Zelf zou ik graag nog meer over de leuke dingen uit het leven van moeder en broer willen horen: waar hadden ze plezier aan, welke interesses hebben ze, welke vrienden hebben ze, waar zijn ze goed in, waar kunnen ze om lachen?
Misschien ga ik toch weer een poging wagen en kunnen we iets afspreken... 

Isa
11 april 2011

Onwetende miljonairskinderen?

Door Isa, geadopteerde Vorige maand kwamen diverse media met het opmerkelijke bericht over Jerry Winkler: Jerry Winkler was alcoholist en drugsverslaa...

Door Isa, geadopteerde

Vorige maand kwamen diverse media met het opmerkelijke bericht over Jerry Winkler:
Jerry Winkler was alcoholist en drugsverslaafde en leefde voornamelijk op de straat. Toen hij hoorde dat zijn vader niet zijn echte vader was ging hij op zoek naar zijn biologische vader. Via internet en de Volkskrant kwam hij er achter de zoon te zijn van een miljonair. Een DNA-test bewees namelijk onomstotelijk dat Jerry de zoon was van de inmiddels overleden Alfred Winkler. Jerry heeft waarschijnlijk geen recht op de erfenis maar zijn leven is wel degelijk veranderd. Hij trok lessen uit zijn levensgeschiedenis en zet zich nu voornamelijk in voor dak- en thuislozen. Een inspirerend verhaal!

Toen ik dit hoorde dwaalden mijn gedachten af naar mijn biologische vader.Via de Fiom ben ik naar hem op zoek gegaan en kreeg de keuze uit twee:
Toen mijn biologische moeder zwanger was van mij, was ze getrouwd. Deze man zou mijn vader kunnen zijn. Hij is tien jaar geleden overleden.
Toen mijn biologische moeder zwanger was, had ze ook een minnaar. Misschien is hij mijn biologische vader. Hij is er in ieder geval de oorzaak van dat mijn moeder en haar man in huwelijksproblemen kwamen en een abortus overwogen. Gelukkig is dat er nooit van gekomen, dat moge duidelijk zijn!
Wat ook helder is, is dat ik Frans bloed heb: de mannen in het leven van mijn moeder waren allebei van Franse afkomst.

In mijn leven heb ik me maar weinig beziggehouden met mijn biologische vader. Waarom weet ik eigenlijk niet. Over mijn afstandsmoeder heb ik veel meer nagedacht. Het weinige wat mijn adoptieouders wisten, was over mijn biologische moeder. Over mijn vader wisten ze niets. Mijn biologische moeder heeft een aantal malen in haar leven geprobeerd in contact met mij te komen. De laatste keer dat ik haar sprak vertelde ze mij dat het niet goed ging met haar en haar man inmiddels was overleden. Volgens haar had ik veel geld van hem geërfd. Ik vertelde haar dat ik geen interesse had in het contact en dus geen interesse had in het geld.

Vele jaren later was ik wel zover dat ik op zoek ging naar mijn roots. Toen bleek mijn biologische moeder inmiddels overleden. Toen ik dit hoorde voelde ik, verbaasd, veel verdriet en gemis over een vrouw die ik nooit gekend had. Haar man was ook overleden en dat deed mij veel minder. In deze tijd kwam ook vader twee in beeld.  Door het lezen van mijn adoptiedossier maakte ik kennis met hem en werd mij duidelijk dat het niet duidelijk is wie mijn echte vader is.

Als mijn biologische broer meewerkt, kan ik net als Jerry Winkler een DNA test laten doen. Net als Jerry Winker kan ik er dan achter komen, dat mijn vader inderdaad miljonair was. Net als Jerry Winker kan ik met mijn levensgeschiedenis iets positiefs bijdragen aan de maatschappij. En dat is veel belangrijker.

Isa
10 januari 2011

De overeenkomsten en verschillen

Door Isa, geadopteerde Zo, dan besluit ik dat het tijd wordt om het te gaan hebben over de verschillen tussen Nederlands en buitenlands geadopteerden....

Door Isa, geadopteerde

Zo, dan besluit ik dat het tijd wordt om het te gaan hebben over de verschillen tussen Nederlands en buitenlands geadopteerden. Zijn die er eigenlijk wel en zo ja, zijn ze dan noemenswaardig? Of, volgens statistische term, zijn ze dan significant te noemen? Ik start mijn research via de grootste bibliotheek van de wereld: het internet.

Wat schetst mijn verbazing? Als ik google op "verschillen Nederlands en buitenlands geadopteerden" krijg ik als eerste zoekresultaat....mijn eigen weblog!
Een beetje trots, besef ik dat het cirketje zo wel erg snel rond is. Ik zal meer creativiteit aan de dag moeten leggen. Voordat ik daaraan begin, start ik bij Wikipedia, met het lezen over het begrip 'adoptie'. Terwijl ik het artikel doorlees, besef ik dat mijn algemene ontwikkeling over het onderwerp, verassend.... maar zeer beperkt is!

Er gaat een wereld voor mij open als ik lees over dat aanname van niet biologische kinderen waarschijnlijk van alle tijden is. De eerste vormen van adoptie gaan zelfs terug naar de Romeinse tijd! Wat mij verbaast is dat adoptie in Nederland pas sinds 1956 wettelijk geregeld is, wat ik weer rijkelijk laat vind. Bij Wikipedia passeren vele onderwerpen de revue zoals interlandelijke adoptie, culturele verschillen t.a.v. de kijk van adoptie, oorzaken van adoptie, zelfs adoptie als machtsinstrument komt aan de orde.

Bij de sociaal culturele oorzaken van adoptie vind ik de eerste overeenkomst voor geadopteerden uit alle landen: het taboe op jonge ongehuwde moeders. Ook in Nederland en België was er tot in de jaren zeventig nog grote druk op hen van met name familieleden om hun kind af te staan, omdat zij de familie tot schande zouden zijn of niet in staat om hun kind op te voeden.

Ook lees ik dat volgens onderzoek, geadopteerden een even goed zelfbeeld hebben als niet-geadopteerde leeftijdgenoten. Deze uitkomst geldt zowel voor binnenlandse als voor internationale en transraciale adoptiekinderen. Verder lees ik - volgens Nederlands onderzoek - dat internationaal geadopteerde kinderen minder psychologische en gedragsproblemen hebben dan binnenlands geadopteerde kinderen. Dit is mogelijk deels te verklaren door de grotere openheid over adoptie in gezinnen met buitenlands geadopteerde kinderen.

Ook is er onderzocht dat de meeste geadopteerden, of zij nu Nederlands of buitenlands geadopteerd zijn, vroeg of laat in hun leven meer willen weten over hun familie, meestal vooral over hun moeder. Velen van hen ondernemen een rootsreis: een reis naar hun wortels. We kennen allemaal het progamma Spoorloos waarin wekelijks deze reizen te volgen zijn. Omdat het artikel in Wikipedia verder niet ingaat op overeenkomsten of verschillen ga ook ik op reis, op zoek naar meer informatie over dit onderwerp.

Isa
8 november 2010

Het gesprek

Door Isa, geadopteerde Gelukkig duurde het niet lang voordat mijn broer weer een gaatje in zijn overvolle agenda had. We hadden het programma van onze...

Door Isa, geadopteerde

Gelukkig duurde het niet lang voordat mijn broer weer een gaatje in zijn overvolle agenda had. We hadden het programma van onze vorige afspraak doorgeschoven: 's avonds eerst een hapje eten en dan een gesprek over de adoptie.
Overdag had ik weer druk tegemoetkomend smsverkeer. Ook mijn broer smste. Dit maal geen afmelding maar een bericht over zijn verwachte aankomstijd. Gelukkig!
Ik haalde broerlief op van het station. Hij kwam per trein en deze was lekker op tijd."He zus, alles goed? Ik blijf niet lang hoor want ik moet nog veel doen", was zo ongeveer het eerste wat hij zei. Goed, eigenlijk wel handig om dit gelijk te weten.

De sfeer was goed. Het was heerlijk weer. We hadden buiten gegeten en lekker over koetjes en kalfjes gepraat. Bij het serveren van de koffie pakte ik mijn vragen. Ik voelde me lichtelijk nerveus en sprak mijzelf vermanend toe. "Onzin Isa, nergens voor nodig, het is geen examen. Gewoon een goed gesprek dat is alles!"

Mijn broer vertelde dat hij bijna niets weet over zijn afkomst. Hij is, zover hij zich kan heugen, altijd op de hoogte geweest van zijn adoptie. Onze adoptieouders hebben hierover verteld zodra wij oud genoeg waren om het te kunnen begrijpen. Hij is hier blij om maar heeft het verder weinig met onze ouders over het onderwerp gehad. Het enige dat mijn broer aan informatie heeft is de informatie over zijn geboorteakte. Deze had hij nodig toen hij ging trouwen. Het was wel onverwacht confronterend voor hem om te lezen dat hij eigenlijk een andere naam had. Ik herkende dit want ik had precies dezelfde ervaring toen ik mijn geboorteakte in handen had. Ik had die ook nodig ter voorbereiding van mijn eigen huwelijk en op zo'n moment word je dan opeens met je adoptie geconfronteerd. Vreemd vond mijn broer dat de akte vele jaren later na zijn geboorte gedateerd was. Zou hij jonger zijn dan hij dacht? Ook al vindt hij het vanzelfsprekend dat hij door zijn flitsende verschijning, vele jaren jonger wordt geschat, het blijft toch vreemd. Hij heeft wel overwogen om navraag te doen maar dit is toch lastig. Ik vertel mijn broer dat zijn geboortedatum in mijn adoptiedossier staat dus dat dit waarschijnlijk een fout in zijn akte is. Heb ik het mis of bespeur ik enige opluchting bij mijn broer? Ik ben blij verrast met zijn betrokkenheid bij dit onderdeel van het gesprek. Ik beloof mijn broer op zoek te gaan naar het exacte bewijsmateriaal in mijn dossier.

Mijn broer heeft eigenlijk geen gedachten over zijn adoptie. Soms komt het ter sprake en dan praat hij erover. Zijn ex-vriendin was psycholoog. Volgens mijn broer is zij dit  "in hart en nieren" en stelde ze dezelfde vragen als ik. Ook aan haar legde hij uit dat hij geen behoefte had om op zoek te gaan naar zijn roots en dat het geadopteerd zijn, er voor hem niet toe doet. "Wil je dan niet weten wie je ouders zijn?", vraag ik. "Nee, daar heb ik geen behoefte aan." "Daarbij voelt het, als ik dit zou doen, alsof ik van Ajax naar Feijenoord zou overlopen. Pa en ma hebben de moeite genomen om mij op te voeden. Ik weet nog hoeveel stress er was in huis toen jouw biologische moeder contact op nam. Jij huilen, ouders in de stress, ik werd er niet vrolijk van. Ik heb toen de telefoon gepakt en gezegd dat ze nooit meer moest bellen." Ik kan me dit niet herinneren. De opmerking van mijn broer roept emoties in mij op. Emoties over zijn verhaal maar ook emoties over mijn verhaal: "wat mooi dat hij zo loyaal is naar onze adoptieouders" en "zie je wel, er was veel spanning om mij vanwege de contactpogingen door mijn biologische moeder" en "wat mooi dat hij het voor mij heeft opgenomen" maar ook "wat moet dat pijnlijk geweest zijn voor mijn biologische moeder, nadat ze al haar moed had verzameld om contact met mij op te nemen."

Op mijn vraag of de adoptie mijn broer zijn leven heeft beïnvloed, zegt hij dat hij denkt van niet. Gevoelens van afgewezen voelen heeft hij niet ervaren. Hij heeft ook geen vervelende opmerkingen over de adoptie tijdens zijn jeugd gehoord. Voelt zich ook niet anders dan anderen vanwege de adoptie. Ook het feit dat er geen uiterlijke herkenning was in de familie lijkt hem niets te doen "Ik legde gewoon uit dat ik vooraan stond voor de beste genen!" Daarbij vindt mijn broer het ook niet belangrijk dat er genetisch geen overeenkomsten zijn. "Jordy Cruijff is ook niet beter gaan voetballen dan zijn vader en die was niet geadopteerd."
Het lijkt er inmiddels op dat voetbal een meer centrale plaats in zijn leven inneemt dan adoptie...

Mijn broer denkt dat, ook al had hij nare reacties gehad vanwege zijn adoptie, het hem echt niet had geïnteresseerd. "Ik ben wie ik ben en wat een ander ervan vindt, is zijn probleem". Ik bedenk me dat het me heerlijk lijkt me niet druk te maken over wat de ander van mij vindt. Ik berust me in de gedachte dat uit onderzoek is gebleken dat geadopteeerden meestal erg bezig zijn met wat de ander van ze vindt en dat ze continue bezig zijn met zich aan te passen aan hun omgeving. Gelukkig ben ik geen uitzondering, mijn broer is een gelukkige uitzondering!

Ik vraag mijn broer of hij andere geadopteeren kent, buiten mij, en of hij dingen herkent in deze mensen. Nee, dat heeft mijn broer nooit beziggehouden. Hij vergelijkt zichzelf ook niet met de geadopteerden die hij kent. Dit zijn er overigens niet veel en hij ging er niet intens genoeg mee om. Verder kijkt hij nooit naar programma's zoals Spoorloos. "Ik vind dit verschrikkelijke programma's".
Ik vergeet mijn broer te vragen waarom hij dit vindt en hoe hij hier zo stellig in kan zijn, zonder dat hij het programma ooit gezien heeft.

Broer heeft nog veel te doen aan het eind van de avond, want het is laat geworden als ik hem op het station weer afzet. Het was een waardevolle en gezellige avond waarin ik mijn broer weer wat beter heb leren kennen. Ik zeg hem dat ik erg blij ben dat hij zo coöperatief heeft meegewerkt aan mijn artikel en beloof hem de proefversie op te sturen. Bij het afscheid nemen wil ik nog een ding van hem weten: "ga je nooit op zoek naar je roots?" "Zeg nooit nooit", zegt mijn broer. "Maar in ieder geval niet zolang pa en ma leven." "Ik vind het mooi dat je zo loyaal bent", zeg ik. "Bedenk alleen, mocht je ooit willen zoeken, dat je pa en ma niet afvalt door te gaan zoeken. Je valt ze pas af wanneer je ze niet betrekt in je zoektocht. Je adoptie is iets dat bij je hoort en dus ook bij hen. Om die reden vinden ze het alleen maar fantastisch als zij deelgenoot zijn van dit stukje van je leven."

Isa
8 september 2010

Tuan Papa

Door Isa, geadopteerde Sommige dingen moeten zo zijn in het leven. Dezelfde avond dat ik mijn broer sms om een afspraak te maken, tref ik hem met zijn...

Door Isa, geadopteerde

Sommige dingen moeten zo zijn in het leven. Dezelfde avond dat ik mijn broer sms om een afspraak te maken, tref ik hem met zijn Jack Russel in mijn ouderlijk huis. Ik vat de koe bij de horens en leg hem uit dat ik hem uitnodig voor een interview over zijn adoptie. Ik merk dat ik een tikkeltje zenuwachtig ben. Ik begin hem uit te leggen dat ik een weblog bijhoud en daarin schrijf over geadopteerden uit Nederland en buiten Nederland.  Ik vertel dat ik mij opeens realiseerde dat mijn eigen broer ook Nederlands geadopteerde is en ik het idee kreeg hem te willen interviewen. Mijn broer reageert rustig en laconiek. "Ik ben blij te constateren dat je hier na 41 jaar toch achter gekomen bent. Het is goed hoor. Bereid je wel een vragenlijst voor?" Ik knik bevestigend en ben blij en opgelucht over deze reactie. Het feit dat hij een jaar naast mijn leeftijd zit (ik ben 42) vergeef ik hem. Mijn broer zit standaard naast leeftijden, verjaardagen of andere, in zijn ogen, andere momenten van verplichting. We spreken af voor over een week. Mijn broer nodigt zichzelf uit voor ook een hapje eten en de afspraak is gemaakt.

Helaas helaas....op de grote dag krijg ik een sms van mijn broer. Hij heeft een zieke collega en daar moet hij voor invallen. Ik begrijp dat zijn eigen toko voorgaat en sms gelijk een nieuwe datum als voorstl en wacht zijn reactie af.

's Avonds, op de vrijgekomen avond, besluit ik eens lekker onderuitgezakt met verstand op 0 te gaan zappen op de buis en val binnen bij een uitzending van Andere Tijden. De documentaire gaat over Tuan Papa: Meneer de Vader. De vader die je nooit gekend hebt en daarom voor jou gelijk is aan een wildvreemde meneer die je voor het eerst op straat tegenkomt.

Tuan Papa laat een beeld zien van de Nederlandse militairen en de kinderen die zij verwekten bij Indonesische vrouwen ten tijde van de koloniale oorlog (1946-1949).

Veteranen (inmiddels hoogbejaard) vertellen over hun ontmoetingen met Indonesische vrouwen. Deze vrouwen stelden zich makkelijk beschikbaar aan de mannen. Vergeleken met de afstandelijkheid die Hollandse vrouwen vaak tonen, bleek dit een ongekende weelde voor de meesten. Soms leidde de ontmoeting tot een one night stand, soms tot een romance of zelf tot een verloving.

Van de kinderen die tijdens de romances verwekt werden, kwamen de militairen vaak pas jaren later op de hoogte. De meeste militairen repatrieerden naar Nederland. Zij lieten hun gezinnen met kinderen achter, vaak gedwongen of onwetend.

Eenmaal weer in Nederland aangekomen, hervatten de militairen hun oude leven, of stichtten zij nieuwe gezinnen. Over wat er in de oorlogsjaren was gebeurd, werd niet meer gesproken maar bleef altijd aanwezig in hun gedachten.

Ook de moeders komen aan bod en vertellen hun kant van het verhaal. Vaak werden zij uit angst gedwongen tot het doen van afstand van hun kinderen. Het hebben van blanke kinderen was immers een taboe en kon moord tot gevolg hebben. Daarnaast speelde het niet kunnen zorgen voor hun kinderen door de grote armoede ook een rol.

Tot slot komen de kinderen aan het woord. Wat opvalt is dat het ontbreken van een vader bij allen een enorme impact op hun verdere leven heeft gehad. Een soldatenkind noemt “Het gevoel alleen op de wereld te zijn”. Een soldatenzoon omschrijft “Als lichtgekleurde  heb je geen kans in Indonesië. Je wordt gezien als minderwaardig.” Een soldatendochter huilt: ”We hebben zo’n moeilijk leven gehad, mijn moeder en ik. Mijn moeder moest alles verkopen om de kosten te kunnen betalen, we verkochten zelfs onze eigen ringen. Het was hard werken. Mijn moeder werd ziek en ik heb haar thuis verzorgd tot de dood.” Een dochter is boos op haar vader: “Voor hem was het een avontuurtje. Verder is hij er makkelijk vanaf”. Als soldatenweeskinderen behoefte hebben aan informatie wordt deze de kop ingedrukt. “Het doet er niet toe, het is niet belangrijk”, kregen zij vaak te horen in het weeshuis.

Gelukkig hebben vele oorlogskinderen de moed gevonden en de kans gegrepen een nieuw leven in Nederland op te bouwen. Natuurlijk met gemengde gevoelens, in vele gevallen moesten zij hun moeder achter laten. Zij ervaarden dat ze een goed bestaan konden opbouwen en als gelijkwaardig beschouwd werden. Een oorlogskind omschrijft: “Ik kon gewoon over straat, zonder uitgescholden te worden.”

Heel herkenbaar in deze documentaire voor mij zijn de gevoelens van het gemis van de biologische ouder(s), de behoefte aan informatie en de boosheid over het verlaten zijn. Het was fijn om een kijkje in de belevingswerelden van de biologische ouders te krijgen. Ik besef hierdoor dat er in hun leven vele factoren waren waar zij geen invloed op konden uitoefenen en zij min of meer gedwongen werden in de keuzes die zij maakten.

Sommige dingen moeten zo zijn in het leven. Ik kreeg nog niet het interview met mijn broer. In de plaats daarvan "kreeg" ik wel deze documentaire.

Isa
12 juli 2010

Wie is mijn broer eigenlijk?

Door Isa, geadopteerde In mijn vorige weblog heb ik beloofd het te gaan hebben over de verschillen die er kunnen zijn in ervaringen tussen geadopteerd...

Door Isa, geadopteerde

In mijn vorige weblog heb ik beloofd het te gaan hebben over de verschillen die er kunnen zijn in ervaringen tussen geadopteerden. Daarbij ben ik benieuwd of je een soort onderscheid kunt maken in de ervaringen van Nederlands geadopteerden en buitenlands geadopteerden. Zelf heb ik vooral buitenlands geadopteerden ontmoet. Eigenlijk ken ik maar weinig adoptiekinderen uit Nederland. Dit is ook niet zo raar omdat het aantal binnenlandse adopties in de jaren na mijn adoptie steeds meer afnam.

Terwijl ik dit schrijf laat ik mijn gedachten eens gaan over welke Nederlandse adoptiekinderen ik ken. Verrek! Mijn eigen broer, die ook Nederlands geadopteerde is. Voor mij zo voor de hand liggend, daardoor schrik ik ervan dat hij niet automatisch bij mij opkomt. Ik bedenk hoe ik onze relatie het best kan omschrijven. Dat is lastig. Hebben wij een band? Ja, doordat wij in hetzelfde gezin zijn opgegroeid. Terwijl ik dit opschrijf vind ik hem en mij samen hiermee tekort doen. Het is dus wel meer.

Ja, we mogen elkaar wel. Mijn broer is een gezellige, goed uitziende man met idem dito babbel en een tikkeltje eigengereid. Het runnen van een cafe is hem op het lijf geschreven en daarom doet hij dit al jaren met veel plezier. Sinds kort zowaar in zijn eigen bedrijf in Amsterdam. Broerlief zegt ook zelf: “Mijn hobby is mijn werk.” Het is een genot om hem in zijn dranklokaal bezig te zien. Meestal zien we elkaar daar als mijn man en ik een borrel komen doen na een avond uit in Amsterdam. Het is altijd gezellig. Mijn broer heeft humor en ik lach veel om zijn grappen. Hijzelf trouwens ook.

Praten doen we ook veel, maar echte gesprekken voeren we eigenlijk niet. Als ik er zo over nadenk dan heb ik vorig jaar voor het eerst in mijn leven een echt gesprek met hem gevoerd. Hij vertelde mij toen over zijn zoektocht naar informatie over onze Opa als militair in de tweede wereldoorlog. Het gesprek maakte veel indruk op mij omdat we spraken over een onderwerp dat mijn ogenschijnlijk altijd luchtige, makkelijke en onverschillige broer, echt pakte. Daarbij was ik op dat moment nog bezig met mijn eigen zoektocht en het besef dat we allebei op zoek waren naar informatie die ons kon vormen, hetzij verschillende informatie, raakte mij.

Mijn broer heeft een vaste relatie en die is met zijn hond, een Jack Russel Terrier en schat van een beest. Mijn broer is weg van hem en zorgt voor hem als een moeder voor haar kind, van aandoenlijk tot het tuttige toe. Ik denk meer over mijn broer te weten dan hij over mij. Ik denk dat hij niet eens weet van mijn zoektocht naar mijn roots een paar jaar geleden , of waar ik momenteel mee bezig ben. Behalve “Alles goed?” vraagt hij nooit hoe het echt met je gaat.

Toen onze adoptieachtergrond jaren geleden een keer ter sprake kwam was het mijn broer die gelijk duidelijk maakte: “Daar wil ik het nooit over hebben. Het is niet belangrijk en mijn huidige ouders zijn mijn echte ouders.” De beslistheid waarmee hij dit zei, inmiddels zeker 25 jaar geleden, is mij altijd bijgebleven. Mijn gevoel zegt dat er bij mijn broer terwijl hij de opmerking maakte, meer onder de oppervlakte zat. Als het niet belangrijk is dan praat je er toch juist makkelijk over? Het heeft mij tot nu toe nog tegengehouden om hier eens een gesprek met hem over aan te gaan. Zelfs op het moment dat ik voor het eerst een echt gesprek met hem had en mij vertelde over zijn zoektocht naar de informatie over Opa als militair.

Misschien moet ik de sprong maar eens wagen...waar ben ik eigenlijk bang voor? Bang om hem te kwetsen, een trauma open te halen? Of ben ik zelf bang om afgewezen te worden? Ik weet het niet. Wel weet ik dat ik steeds meer benieuwd raak naar mijn broer en zijn achtergrond: waar liggen zijn roots en wat voor een mensen waren zijn biologische ouders? Wat vindt mijn broer van het geadopteerd zijn en heeft hij zijn adoptie echt een plek gegeven? Daarnaast is een dergelijk gesprek een mooie inspiratiebron voor deze weblog. Met mijn blog dus als steuntje in de rug trek ik ten strijde! Wordt vervolgd...

Isa
18 mei 2010

Even voorstellen...

Door Isa, geadopteerde Toen de Fiom mij vroeg om een weblog te gaan bijhouden was ik gelijk enthousiast. Het idee anderen te kunnen helpen en vermaken...

Door Isa, geadopteerde

Toen de Fiom mij vroeg om een weblog te gaan bijhouden was ik gelijk enthousiast. Het idee anderen te kunnen helpen en vermaken door het delen van mijn ervaringen gaf mij gelijk veel energie. Daarbij voelde ik mij ook licht vereerd: mijn belevenissen en ervaringen als geadopteerde zijn waarschijnlijk de moeite van het lezen waard!

Tot het moment van het schrijven dichter en dichterbij komt. De moed zinkt me in de schoenen. Waar zal ik het in hemelsnaam over hebben? De geschiedenis van mijn afkomst heb ik al vele malen verteld: aan vrienden, kennissen, collega's, op voorlichtingsavonden, landelijke bladen en aan een ieder die het wilde horen. Het verhaal is wel verteld, voel ik zo. Dagelijkse belevenissen dan? Zijn die zo boeiend voor anderen om te lezen? Help, ik kamp nu al met een writersblock en mijn carrière als weblogauteur moet nog beginnen!

Ik besluit er eens goed voor te gaan zitten en mijn gedachten de vrije loop te laten. Immers, een goed verhaal vertelt zichzelf. Ik ben benieuwd...

Tijd om me even voor te stellen. Ik ben Isa, 42 jaar jong, geboren met een Franse nationaliteit en in Nederland geadopteerd. Enkele jaren geleden liep ik vast in mijn loopbaan. Ik had wat gesprekken met een loopbaanadviseur. Toen bleek al gauw dat ik de meest basale vragen die een mens zich kan stellen ("Wie ben ik?", "Wat kan ik?", en "Wat wil ik?") niet kon beantwoorden. Dit was aanleiding voor mij om op zoek te gaan naar mijn roots. Samen met de Fiom kwam ik veel te weten over mijn achtergrond. Zo hoorde ik helaas dat mijn biologische moeder niet meer leeft en ook dat ik nog twee half-broers heb. Eén van hen heb ik inmiddels ontmoet. Inmiddels heb ik veel ervaringen uitgewisseld met andere geadopteerden. De meeste daarvan komen uit het buitenland.

Het fijne dat ik gemerkt heb is dat op het moment dat je ervaringen uitwisselt met andere geadopteerden, er gelijk een soort band ontstaat omdat we veel van elkaars emoties t.a.v. het geadopteerd zijn herkennen. Daarnaast hebben de verhalen op zich ook vaak gelijkenissen. Zo liggen de oorzaken van adoptie vaak in het feit dat de biologische ouder(s) niet in staat zijn om te zorgen voor hun kind. Wat mij ook is opgevallen is dat er ook veel verschillen zijn in de ervaringen van geadopteerden. Natuurlijk, ieder mens is uniek in zijn soort en heeft zijn eigen levensverhaal. Maar zou er eigenlijk een onderscheid te maken zijn in verschillen die bijvoorbeeld alleen Nederlands geadopteerden ervaren of juist alleen buitenlands geadopteerden?

En zie daar... de ideëen voor mijn weblog zijn geboren!

In de de komende weblogs wil ik het namelijk gaan hebben over de verschillen in ervaringen tussen geadopteerden uit Nederland en uit het buitenland afkomstige geadopteerden. Welke verschillen zijn er? Verschillen in belevening, in ervaringen, in het wel of niet willen zoeken en beschikbare informatie? 
Daarbij zal ik ook wat onderzoek doen naar beschikbare bronnen en zijn reacties van lezers op mijn weblogs van harte welkom.

Genoeg om het over te hebben de komende weken!

Graag tot een volgende weblog!  

Isa
29 maart 2010

De laatste ...

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder Mijn laatste blog hier op de site van de Fiom. Jammer? O ja, zeker weten. Ik heb het schrijven met ongelofe...

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder

Mijn laatste blog hier op de site van de Fiom. Jammer? O ja, zeker weten. Ik heb het schrijven met ongelofelijk veel plezier gedaan en neem met moeite afscheid. Of mijn blog binnen de Fiom veel gelezen wordt, daarvan heb ik geen idee. De wereld buiten de Fiom reageerde wel en dit vond ik heel leuk. Zeer creatief hoe mensen mij bereikte en contact zochten!

Nu mijn laatste blog! Ik had nog zoveel onderwerpen waarover ik wilde schrijven. Dat de Fiom in de loop der jaren voor mij belangrijk is geworden, is onderhand wel begrepen. Dat ook ik mijn frustratie soms over de Fiom heb, misschien niet. In de wereld van adoptie spelen zoveel emoties dat men (ik ook) het soms niet meer zo scherp ziet.

Waarover had ik nog meer willen vertellen? Over die geweldige mensen met boeken die mijn pad zomaar kruisen? Over een draagmoeder die het boek ‘Mijn vergeven zoon’ schreef? We kennen allemaal het woord ‘draagmoeder’ maar wat weten wij hierover? Ik niets. Ik heb het boek met verwondering gelezen en ga de schrijfster Wil Jansen binnenkort ontmoeten.
Over mijn ontmoeting met Simon Buschman van de ‘Stichting verwantschapsvragen’ die mij zijn boek ‘Kalm op de vleugels’ cadeau gaf. Een prachtig boek wat ik koester.

Of had ik het nog over mijn eigen boek moeten hebben? Het boek wat ik met veel tranen schreef en waarvan ik mij later afvroeg of ik er wel trots op kon zijn?
Natuurlijk had ik jullie nog veel willen vertellen over het boek wat ik nu schrijf, samen met een geadopteerde ‘Bea Veldhuis’. Hoe fijn dit voelt en hoeveel we in elkaar herkennen. Natuurlijk hopen wij beiden een prachtig product neer te zetten waar heel Nederland verbaast over zal zijn, wel een gedeelte hoop ik dan.

Over mijn website http://www.reneedebode.nl/ die ik zelf met veel pijn en moeite maakte. Met hier en daar steun van een vriendin en een kind, als ik echt niet meer uit mijn foutjes kwam. Mijn site is nog niet 100% af, maar achter de schermen werk ik hieraan door.

Er is nog zoveel te schrijven over het onderwerp ‘adoptie’. Over dit onderwerp raakt ieders pen niet snel leeg. Voorlopig is niemand hierover uitgeschreven. Jammer dat er zo weinig geboortemoeders zijn die hierover willen schrijven en spreken. Het is nog steeds die schaamte, het verschrikkelijke trauma wat de geboortemoeder met zich meedraagt en waarvan iedereen wil dat het geen greep op haar leven krijgt. De deksel van de doos, het spook eruit, dat wil niemand. De afstandsmoeders zeker niet.

Ik moet afscheid nemen. Niet van de Fiom zelf. De Fiom raakt mij nog niet kwijt. Ik heb ze niet meer nodig voor hulp maar het feit dat de Fiom er is, dat ik een telefoon kan pakken en kan vragen om hulp is een geweldige steun in mijn rug.
Nee, ik neem afscheid van mijn lezers hier. Wie mijn lezers buiten de Fiom waren weet ik. Maar wie zijn mijn lezers binnen de Fiom?

Met veel warmte sluit ik deze laatste blog en geef het stokje door aan de volgende blogger.

Renée M. de Bode-Grollée
Auteur : Een Gemiste Kans
1 september 2009

Afstandsmoeder 2

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder ‘Afstandsmoeder?' Twee paar blauwe ogen kijken mij vragend aan. ‘Afstandsmoeder wat is dat?' vraagt hij mij...

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder

‘Afstandsmoeder?' Twee paar blauwe ogen kijken mij vragend aan. ‘Afstandsmoeder wat is dat?' vraagt hij mij. ‘Een moeder die haar kind bij de geboorte afstaat voor adoptie’ antwoord ik hem. Er verschijnt een verbaasde blik in zijn ogen.

Inwendig moet ik lachen. Nog maar zes jaar geleden dat het woord afstandsmoeder voor het eerst volledig tot mij doordrong. Ik had diegene voor mij, bij het woord afstandsmoeder niet recht aangekeken zoals deze jongen wel doet. Al kende ik het woord niet, de lading van het woord had ik begrepen, ik had weggekeken van de vraagsteller. Want alles was ik, maar geen afstandsmoeder.

Ja, ik had een kind verloren. Vele jaren geleden. Ik was jong, niet getrouwd en had een vriend die wel mij maar niet mij met een kind wilde hebben. Onder grote druk stond ik mijn kind ter adoptie af. Maar afstand… nee, dat nam ik nooit. Hij bleef mijn kind, afstand kon ik niet van hem nemen.
 
Zowat dagelijks nam hij bezit van mijn gedachten. Dan weer dichtbij, maar soms was hij mijlenver uit mijn gedachten verdwenen. Als een cupidootje zat hij op mijn schouder, ik had geen last van hem, merkte hem nauwelijks op. Maar soms ging ik gebukt onder de last van mijn cupido en dan woog hij zwaar.

Ineens in het jaar 2003 gleed mijn cupidootje plotseling zonder enige aanleiding zomaar van mijn schouder. Daar stond hij, rechtop, vlak voor mijn neus. Ik was verbaasd, ik had hem al een poosje niet gevoeld. De last op mijn schouder was al lang geen last meer, ik droeg hem gedurende enige tijd, vederlicht.

Daar stond hij, oog in oog met mij, zijn moeder die zijn moeder niet was. Ja, daar stond hij, mijn zoon die mijn zoon niet meer was. Toch aan alles voelde ik; ‘ik ben zijn moeder en hij is mijn zoon.' We raakten beiden verstrikt in de navelstreng waarmee ik hem bijna verstikte. Een zoon, aan wie ik dikwijls verlangend had gedacht stond ineens tastbaar voor me. Hij voldeed in alles, was mooi en lief. Hij was de perfecte zoon maar wilde niet mee in mijn verlangens. Ik wilde hem smoren met mijn liefde, hij wees mij en mijn liefde af.

Het ging niet goed niet met mij. Ik wist niet tot wie ik mezelf kon wenden. Tot wie of wat wend ik me als ik zelfs het woord afstandsmoeder niet ken? Ik wist amper hoe ik het woord afstandsmoeder schreef, waar zoek ik dan? Ik googlede, schrok me dood als ik iets vond. Wist niet hoe snel ik de site weer moest verlaten, het voelde of ik met verboden sites aan het werk was. Afstandsmoeders waren wel die ‘andere vrouwen’ maar ik hoorde daar niet bij. Zo gleed ik verder en verder af van mij gewone ik en belandde in het moeras.
Hoe krampachtig ik ook probeerde mijn zoon vast te houden, het lukte mij niet.

Een lieve vriendin wees mij op een programma op de tv, dat ik volgens haar echt moest kijken. Dus googlede ik op een middag naar ‘programma gemist’ en bekeek het programma ‘Andere Tijden’ over de afstandsmoeder. Ik keek en was verbaasd over hetgeen wat ik zag. Vrouwen, hele gewone vrouwen. Hun verhalen waren mijn verhalen! Vanaf de jaren vijftig tot aan nu toe, 25.000 afstandsmoeders. Ik was niet alleen, maar waar waren zij? Waarom kende ik deze vrouwen niet? Er was een stichting genaamd; ‘Stichting Afstandsmoeders’ met een telefoonnummer en al en ik belde!

Een stem, een afstandsmoeder, praatte tegen mij, de andere afstandsmoeder. Ze dacht dat ik hulp nodig had en wees mij op de Fiom. Ik ging naar de Fiom en ik bezocht zelfs een psycholoog. Ik werd sterker en sterker. Ik schreef mijn boek ‘De Gemiste Kans’.
De Fiom steunde mij aan alle kanten en op zondag 25 november 2007 lanceerde ik met enkele medewerkers van de Fiom mijn boek.

Mijn boek ligt er en ik dacht de wereld van afstandsmoeders binnen te stappen. Maar de Stichting Afstandsmoeders is moe en geeft even niet thuis. Te weinig moeders hebben de kar moeten trekken. Dit vraagt zijn tol. 25.000 afstandsmoeders maar waar zijn ze?

Mijn gedachten keren weer terug naar daar waar ik ben, ik kijk de jongen voor mij aan. Zijn blik zegt me, ‘welke moeder doet zoiets, wie staat haar kind af?' Een vriendelijke lach breekt door op zijn gezicht. Hij zegt ‘sorry, mevrouw dat ik dit u vraag, ik wist niet in welke categorie ik dit woord kon plaatsen maar loopt u maar mee. Het boek van de afstandsmoeder ligt hier.' Hij wijst mij de boekenplank aan waar mijn boek staat en wenst me een prettige dag!

Renée de Bode-Grollée
Auteur; Een Gemiste Kans
17 augustus 2009


 

Schilderij

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder Ik heb geaccepteerd wie of wat ik ben. Een afstandsmoeder zonder hoop, zonder toekomst. Mijn schilderij is ...

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder

Ik heb geaccepteerd wie of wat ik ben. Een afstandsmoeder zonder hoop, zonder toekomst. Mijn schilderij is leeg. Het frame rondom mijn schilderij is een gouden lijst, mooi en solide met een prachtige passe-partout er omheen, maar binnenin is het doek wit.

In het begin was het een bonte schildering met vele kleuren door mijzelf ingekleurd. Maar mijn pas gevonden zoon begon langzaam in mijn schilderij te vegen en te poetsen. De kleuren werden fletser, een motief was bijna niet meer te zien. Hij poetste ijverig door totdat er voor mij een grijzige brei ontstond. Verbijsterd keek ik naar mijn schilderij. Er was geen motief meer te onderscheiden.

Hoe kon ik weer kleur en structuur aanbrengen in mijn eigen schilderij? Vroeg ik mij af, zodat iedereen weer met bewondering er naar zou kijken. In paniek begon ik te schilderen, maar dit lukt niet meer. De kleuren liepen door, het eindresultaat werd niet fraai. Met de verf druipend van mijn kwast staarde ik naar mijn uit de hand gelopen schilderij. Ik kon er alleen maar om huilen. Zo mijn best gedaan het was zo mooi en nu… grijs en doorgelopen.

Alle afstandsmoeders die ik heb gesproken liepen op grote roze wolken na die eerste ontmoeting. Hun kind! Een vreemde volwassene, maar zo bekent. Alles aan dit kind herkende ze. Haar ogen, haar neus, kortom alles was van haar, aan alles kon je zien dat dit haar kind was. O ja, ze zag wel dingen die ze liever niet herkende, maar dit nam ze voor lief. Dit is haar kind. Met het gevoel: dit gaat nooit meer stuk, gaan ze aan de slag. Ze mogen eindelijk moeder zijn over hun afgestane kind: dat is wat ze al zolang heeft gewild. Hiervan heeft ze gedroomd en gefantaseerd.

Met de ijver den top gaan ze aan de slag. Maar bij sommige afstandsmoeders gaat het al snel mis. ‘Waarom. Hoe kan dit nu? Ik deed toch zo mijn best? Jij hebt toch altijd naar mij, je geboortemoeder verlangt? Ik ben toch je moeder? Wat wil je nu?
Maar het pas gevonden kind wil alles en ook niets. Het kind is in verwarring. Het herkende veel in die geboortemoeder, maar echt niet alles! Het kind vindt het voor even wel best. Moet zijn gedachten ordenen en heeft tijd nodig. Het kind pakt het leven van alle dag weer op en laat zijn geboortemoeder ontredderd achter.

Zo ging het bij mij en bij vele afstandsmoeders.

Maar nu… heb ik geaccepteerd wie of wat ik ben. Een afstandsmoeder zonder hoop, zonder toekomst. Mijn schilderij is leeg. Maar een wit doek is niet erg om naar te kijken: het geeft rust. Je kunt het wit kleuren in alles wat je maar wilt. Zonder hoop is niet zo dramatisch als het klinkt. De lijst om ons schilderij is van goud, mooi en solide.

Renée de Bode-Grollée
31 juli 2009

Adoptieouders

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder Tijdens de wekelijkse boodschappen kom ik mijn vriendin ‘afstandsmoeder’ tegen. Onze gesprekken gaan over v...

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder

Tijdens de wekelijkse boodschappen kom ik mijn vriendin ‘afstandsmoeder’ tegen. Onze gesprekken gaan over van alles en nog wat en moeiteloos schakelt ons gesprek over op adoptie. Zij begrijpt als geen ander de zaken waar ik soms mee worstel en dit is wederzijds. Vandaag ging ons gesprek over adoptieouders. Aan het eind van het gesprek zei zij: ‘ach, tussen afstandsmoeders en adoptie ouders zal nooit een warme band ontstaan, dit komt nooit goed tussen ons’. Hiermee instemmend ga ik op weg.

Het gesprek laat mij niet los. Want, heb ik niet een handvol vriendinnen die adoptiemoeder zijn? Het zijn leuke vriendinnen die vanzelf langgeleden op mijn pad kwamen. Hun adoptiekinderen zijn inmiddels volwassen. Ze hebben nooit naar hun bio-moeder gezocht. Hebben niet de minste behoefte, heb ik het idee. Zij en hun ouders stralen veel geluk uit.

Mijn gedachten gaan terug naar een thema-avond van de Fiom. Achter de microfoon staat een beer van een man. De tranen rollen nog net niet over zijn wangen, maar het zit er heel dichtbij. De vraag die hij aan ons afstandmoeders stelde, ben ik vergeten. Maar het beeld van die grote sterke man die daar zo kwetsbaar staat te wezen voor die microfoon, is mij altijd bijgebleven. Later aan de bar vroeg ik hem ‘waarom werd je zo emotioneel’? Hij vertelde mij over een gesprek tussen zijn vrouw en hun adoptiekind. Hij zei: ‘toen ik jullie daar achter de tafel zag zitten, gingen mijn gedachten terug naar dit gesprek. Ik voelde jullie verdriet en haar pijn’.

Zijn dochter-  zittend in het bad - zat heel hard te huilen. Zijn vrouw vroeg waarom ze verdriet had en zijn dochter zei dat ze huilde om haar mamma. ‘Je hoeft om mij toch niet te huilen?’ Antwoordde zijn vrouw verbaast. ‘Ik ben hier en er is niets met mij aan de hand! ‘Nee’, zei zijn dochter, ‘ik huil niet om jou, maar om mijn andere moeder’.
Hij had op dat moment medelijden met zowel zijn vrouw als zijn dochter.

Kan je alleen maar moeder worden als je een kind negen maanden bij je hebt gedragen? Word je alleen maar moeder als je weet wat voor helse pijn een bevalling inhoud? Sommigen vinden van wel. Maar hoe zit dit dan met vaders? Zij dragen geen kind in hun buik. Ze blijven wel manmoedig naast hun bevallende vrouw zitten, maar zaten liever ergens anders. Toch worden ze opslag vader. Met die grote onbeholpen handen houden ze het kind dat zij zelf niet gebaard hebben vast en de vonk slaat over. Soms niet ineens, soms heeft die vonk iets meer tijd nodig, maar het komt.

De adoptiemoeder had graag een helse bevalling doorgemaakt. Haar man had niets liever dan aan haar zijde gezeten; ergens anders zijn, was niet in zijn hoofd opgekomen. Maar het was hun niet gegund. Zij krijgen een kind van een andere mamma, maar hun liefde voor dit kind is groot. Het heeft soms even tijd nodig voor de vonk overslaat, maar als de vonk er eenmaal is, dan is het goed.

Gaat er nooit een warme band ontstaan tussen adoptie ouders en de afstandsmoeder? Tussen mij en mijn vriendinnen met hun mannen in ieder geval wel.

Renée de Bode-Grollée
20 juli 2009

Google

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder De ene helft van onze bevolking is zoekende en de rest wil gevonden worden. Tenminste, zo lijkt het als men...

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder

De ene helft van onze bevolking is zoekende en de rest wil gevonden worden. Tenminste, zo lijkt het als men zich op het internet begeeft. We surfen over de hele wereld.
Men wil ook gevonden worden. Iedereen die maar een beetje kan zingen, een frivool dansje kan uitvoeren…, ze plaatsen het op YouTube in de hoop dat ze gevonden worden.

Zoeken en gevonden worden. Wie zoekt er en wie wordt er gevonden? Wie begeeft zich op het internet?

We herkennen het allemaal. Die vergadering, die cursus. Die éne man of vrouw blijft je bij en later thuis Google je even op die naam in de hoop iets te vinden. Ik doe het, maar u doet het ook. We Googlen er met zijn allen vrolijk op los.

Zoeken en gevonden worden. Geadopteerden zoeken en willen graag gevonden worden. Ze willen gevonden worden door hun bio-moeder en of vader die in het verleden afstand van hem of haar deed. Altijd is daar het verlangen.

Zoeken afstandsmoeders? Ja, zij zoeken weldegelijk. Zij zoeken vanaf de eerste dag na de geboorte van hun afgestane kind. Niet concreet op het Internet. Nee, de afstandsmoeder zoek in haar omgeving. “Draagt deze man of vrouw de naam van mijn kind? Herken ik iets in dit gezicht van die onbekende? Zou die vrouw die daar zit mijn kind zijn? Of die man met dat smalle gezicht? Lijkt hij niet op mij?”

Ze zoekt, maar wil liever niet gevonden worden. Het is veiliger zo. Niemand in haar omgeving die iets weet of vermoedt. Ze zoekt in stilte, Google is haar niet bekend.
De geadopteerde echter, Googled er vrolijk op los.
 
‘De Fiom gaat digitaal’, lees ik in de nieuwsbrief van de Fiom, ‘anders missen ze de aansluiting’, zegt de directeur. Ze heeft gelijk. De Fiom bestaat van de zoekende.
Wie zoek de Fiom? Hoe bekend is de Fiom op het internet? Hoe snel is de Fiom daar te vinden?

Ik Google er even op los.
Ik typ in: 'adoptie'. Bij het woord 'adoptie' kom ik tot op pagina 15 nog steeds geen Fiom tegen en ik geef het op.
Bij het woord 'geadopteerde' vind ik de Fiom op pagina 7.
'Afstandsmoeders' typ ik in en jawel, op pagina 2 wordt er over de Fiom gesproken, op de volgende pagina vind ik de Fiom zelf.
Zelfs bij het woord 'adoptieouders' komt op pagina 3 de Fiom naar voren via de stichting Stade.

Zoeken en gevonden worden, het blijft een probleem. Maar de Fiom gaat digitaal en zal binnenkort door iedere betrokkene gevonden worden.

Renée de Bode-Grollée
2 juli 2009

Adoptie

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder We konden er de laatste weken niet om heen. Iedereen die ook maar enigszins iets met de wereld van adoptie ...

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder

We konden er de laatste weken niet om heen. Iedereen die ook maar enigszins iets met de wereld van adoptie te maken had kwam in de media voorbij. De deelbemiddeling! De voor- en tegenstanders kwamen in beeld. De deelbemiddeling blijft, de minister ging om en het bracht mij in verwarring. Het maakt mij boos.
'Ben ik nu voor of tegen adoptie?' Vroeg ik mij meerderenmalen de afgelopen weken af. Tegen natuurlijk. Maar had ik zelf niet aan adoptie meegewerkt? Au mijn hoofd.

Zaterdagmorgen 13 juni; ik ben op weg naar Rotterdam, op mijn autoradio hoor ik Hans Walenkamp. Hij is adoptievader van drie over de hele wereld vandaan komende kinderen. Hij kan er prachtig over schrijven en kan er nog boeiender over vertellen. Hij was van het begin af aan dolgelukkig met zijn inmiddels volwassen geadopteerde kinderen. Ik ken Hans, zijn kinderen ken ik niet maar ik neem aan dat zijn kinderen andersom ook dolgelukkig met hem zijn.

Mijn gedachten glijden weg. Ik ben terug in Bangladesh, in het ziekenhuis waar ik werkte in de jaren 70. Ik zie de moeders voor me met hun uitgemergelde kind in hun armen. Uit hun borsten komt al dagen, misschien zelfs weken, geen druppel melk.

Het kind in haar armen is volkomen uitgedroogd en zwaar ondervoed. De moeder kijkt weg. Ze heeft allang afstand van dit kind in haar armen genomen. Dit kind was er net één te veel. Ze moet overleven om de rest van haar kinderen te redden. Dit kind kan er echt niet meer bij, ze heeft geen plek. Ze laat het kind bij ons achter in het ziekenhuis. Wij twijfelen of het kind de avond wel haalt.

’s Morgens bij binnenkomst keek ik snel in de bedjes. Lag er een witte bundel of een baby die de nacht heeft overleefd? Als het kind de ochtend had gehaald wisten we ‘dit is een vechtertje’. Deze gaat het wel redden. Maar redden voor wat? Voor het leven bij een moeder die niet voor haar kind kan zorgen. Weken gaan er voorbij en het kind krabbelt langzaam overeind. Het bloeit op, er verschijnt steeds vaker een lach op het gezicht. Ik kriebel op zijn buik en het kind rolt om van de lach. In gedachten smeek ik om een goed tehuis voor dit kind. Ik hoop zo dat dit kind geadopteerd zal worden. Want de tijd heeft ons geleerd dat als het kind gezond naar huis terugkeert, het over een half jaar weer terug is. In dezelfde conditie als het maanden geleden bij ons arriveerde of nog slechter.

‘Tijden veranderen’ hoor ik Hans zeggen. ‘Een kind wordt steeds vaker in het land van herkomst geadopteerd’en hij vindt dit een goede zaak. ‘Een kind hoort in het land van herkomst geadopteerd te worden’, zegt hij. Ik voel een brok in mijn keel en de tranen prikken in mijn ogen. Ik ben in verwarring. Is er een goede zaak aan adoptie?
Au mijn hoofd!

Renée de Bode-Grollée
19 juni 2009

 

Dromen

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder De dingen in het leven die zo vanzelfsprekend lijken, zijn dat niet altijd. Een man, een vrouw, een wens! M...

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder

De dingen in het leven die zo vanzelfsprekend lijken, zijn dat niet altijd. Een man, een vrouw, een wens! Maar wat eens vanzelfsprekendheid lijkt, wordt ineens niet bewaarheid. Dromen vallen in duigen en de wens… die wordt alsmaar groter.
Wat nu, als deze vanzelfsprekende wens niet lukt? Vele opties passeren de revue. De techniek staat nu eenmaal voor niets. Alleen maakt het de keuze niet makkelijker.

Hij, een jongen nog, zowat een man. Zij, een meisje, zowat een vrouw. Ze werden verliefd. Samen groeiden ze uit tot man en vrouw. De toekomst lag voor hen open. Ze hadden alle tijd van de hele wereld.

Maar tijd is wreed. De tijd tikt ongenadig door. De tijd stopt geen seconden. Maar ze lachten er om want, de toekomst was ver…

Om hen heen werden vrienden zwanger. Ja, zij hadden wel die wens maar dat kwam nog wel. Alles op zijn tijd. En de tijd, die tikte door. Er kwamen vele kraamvisites. De wens groeide uit tot een droom. Een dergelijke droom moet toch in vervulling gaan? Ongenadig tikt de tijd.

We kennen elkaar van lang geleden. Je was een jonge man en werd verliefd. Ik zag de liefde bij jullie beiden ontluiken. De laatste jaren zagen we elkaar nauwelijks, maar op afstand bleven we elkaars leven volgen. Jullie biologische klok liep, maar er gebeurde niets.

Als jullie uit de vele opties die er zijn eindelijk denken de juiste optie te hebben gekozen, verschijnt mijn boek. Je bent de eerste die het koopt en reageert onmiddellijk. De optie die een week geleden nog een goede optie voor jullie leek te zijn, stond door mijn boek bij jullie op losse schroeven…..

Het deed mij verdriet.

Maar dromen zijn niet louter en alleen bedrog, want zie wat er uiteindelijk is uitgekomen. Een droom komt uit! Jullie eigen woorden. De geboorte van een wonderschone dochter!

Renée de Bode-Grollée
9 juni 2009

 

Verliefd

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder Op de site van Adoptie -Trefpunt keuvelen twee geadopteerden onbekommerd over hun biologische moeder, die z...

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder

Op de site van Adoptie -Trefpunt keuvelen twee geadopteerden onbekommerd over hun biologische moeder, die zij beide hebben ontmoet. Ze vertellen elkaar over hun gevoelens, de vlinders in hun buik die zij voelen als ze hun geboortemoeder zien. Ze zijn verbaasd over het feit dat ze die gevoelens bij elkaar herkennen. Ze gaan volledig in elkaar op. Ze vergeten hun omgeving, vergeten totaal dat dagelijks vele betrokkenen op deze site meelezen.

Tot een geboortemoeder zich in hun gesprek mengt. Ze vertelt hoe leuk zij het vindt. Hoe blij zij werd om dit te lezen, want zij als geboortemoeder voelde hetzelfde. De beide vrouwen schrikken, hadden zich onbespied gewaand en daar is ineens een vreemde met hetzelfde gevoel? Ze beginnen zich te verontschuldigen en vertellen de geboortemoeder dat het niets seksueels is. Op haar beurt schrikt de geboortemoeder. Nee, natuurlijk heeft het daar niets mee te maken.

Zij legt in klare taal aan beide dames haar gevoelens voor het afgestane kind uit.

Iedere moeder herkent het. Het kind wat je met veel moeite hebt gebaard. Het ziet er niet uit! Blauw, rood, bedekt met witte crème…. Kortom, een verfomfaaide bundel wordt je in je armen gedrukt. Hoe moe je ook bent, de vlam slaat onmiddellijk over. Je krijgt de kriebels in je buik en valt als een blok voor dit prachtige, pas geboren kind. Een mooier kind dan jouw kind bestaat er niet, want liefde maakt ons nu eenmaal blind.

In de loop der jaren wordt de liefde voor je kind alleen maar dieper. De verliefdheid verdwijnt, maar het houden van wordt intenser. Maar toch… soms zomaar uit het niets vallen ze de kamer binnen op weg ergens naar toe. Jij als moeder denkt ‘Wouw! Goh jongen, wat ben je mooi’! Vervolgens begint er een discussie tussen jou en dit mooie kind. Een fiets met een lekke band die er volgens jou al 6 weken staat, maar volgens hem pas vandaag. Hij heeft vanavond toch echt jouw fiets nodig. Als hij eindelijk na veel gezeur het pleit gewonnen heeft, voldaan het tuinpad af fietst met jouw fiets, is hij in jouw ogen veel minder mooi. Jij, als moeder, bent weer terug op aard.

Nooit was er een conflict met mijn afgestane kind. De puberteit… had hij die wel? Alles was en is mooi aan dit kind. In mijn herinnering was er altijd die prachtige baby met het mooiste neusje van de hele wereld. Voor mij is hij altijd zo gebleven.

De dames op het Adoptie-Trefpunt keuvelen gedrieën verder. En wij lezers? Wij lezen glimlachend mee, onbespied gewaand met onze eigen gevoelens.

Renée de Bode-Grollée
25 mei 2009

Een Indiase tukker

Door Tom Hendriks, Maatschappelijk Werker Fiom De eerste keer dat ik Sam spreek, draagt hij donkere kleding en een shirt met een angstaanjagend doodsh...

Door Tom Hendriks, Maatschappelijk Werker Fiom

De eerste keer dat ik Sam spreek, draagt hij donkere kleding en een shirt met een angstaanjagend doodshoofd. Gelijk valt me zijn onvervalste Twentse tongval op. Zijn manier van praten strookt niet bepaald met zijn uiterlijk. Hij is namelijk donkerbruin, klein en erg tenger.

Geboren op een onbekende plek in een chaotische wereld. Ergens achteraf in het immens grote India. Zijn moeder heeft hem waarschijnlijk naar een weeshuis gebracht, omdat ze vermoedelijk niet voor hem kon zorgen. Een jaar en wat maanden later woonde hij op een boerderij in de overzichtelijke wereld van het Twentse platteland.

Sam heeft zijn weg wel gevonden. Hij is een buitenmens, zoals hijzelf zegt en volgt een agrarische opleiding. “Ik ben de enige zwarte tuss’n allemoal boer’n”, zegt hij er wat grijnzend over. In het weekend jamt hij met zijn maten in een schuur. Hij speelt snoeiharde metal op zijn gitaar en ‘grunt’ zich hees. Zo kan hij zich helemaal uitleven. En de schorheid spoelt hij daarna weg met een paar biertjes.

Als hij in India was blijven wonen, was de kans gering geweest dat hij zijn vrije tijd zo door zou brengen. Maar nu hij 19 is, wil hij steeds vaker weten hoe het zou zijn geweest als het lot een andere, waarschijnlijk meer voor de hand liggende, wending had gehad.

Hij koestert de foto waarop hij in de armen van één van de verzorgsters van het weeshuis voor de poort te zien is. Een piepklein mensje in de armen van een jonge vrouw, die bloedserieus in de camera kijkt. Het enige tastbare bewijs van zijn Indiase achtergrond.

Sam praat met mij over de voorbereiding op de reis naar zijn geboorteland. Samen met zijn ouders en zijn helblonde broer. Omdat hij de reis toch wel een avontuur vindt, wil hij zich door middel van de gesprekken er een beetje op voorbereiden. Zover zoiets echt voor te bereiden valt. En omdat ik een paar keer in India ben geweest, kan ik hem wat verhalen over het land vertellen, foto’s laten zien en boekjes lenen. Een lezer is Sam niet, maar de plaatjes spreken hem wel aan. Hij zegt dat zijn geboorteland er best mooi uitziet. Maar de gewoonten en het geloof van de mensen, die vindt hij maar raar.

De reis heeft een onuitwisbare indruk op hem achtergelaten. Het voelde vreemd om tussen allemaal mensen te lopen, die op hem leken. Zoveel mensen, die moeder, vader, broer of zus van hem zouden kunnen zijn. Tegelijk waren er duizenden ogen op hem gericht. Er waren tenslotte geen andere Indiërs, die net als hij heavy metal shirts droegen. Hij laat me de foto zien waar hij, samen met zijn adoptiegezin voor de poort van zijn oude weeshuis staat. Sam kijkt bloedserieus in de camera. “Zoiets raakt je toch wel”, licht hij toe.

Maar of hij ooit nog terug wil naar India, laat staan om er te wonen… Hij denkt van niet. Hij zou zijn vrienden en de metalmuziek te veel missen. En bovendien vond hij de mensen zo slecht te verstaan. “Ze proaten doar Engels met zo’n gek accent!”

De Fiom

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder Het had niets uitgemaakt wie het gesprek met mij bij de Fiom ging leiden. Jong, oud, man of vrouw! Bij voor...

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder

Het had niets uitgemaakt wie het gesprek met mij bij de Fiom ging leiden. Jong, oud, man of vrouw! Bij voorbaat was het een verloren gesprek. Ik haatte alles en iedereen voordat ik nog maar iemand gesproken had. Ik had willen schreeuwen, gillen, maar deed niets van dit alles. Bij mij heerste verwarring. Ik had nooit ergens over mogen praten en nu… Nu kwam ik op gesprek en mocht er over gesproken worden.

Ik werd tijdens de zwangerschap van mijn kind geïndoctrineerd. Klaar gestoomd voor afstand. Nergens overpraten, want anders… Ja wat anders? Wat ging er gebeuren als ik ooit mijn mond open ging doen? Dit was nu precies wat ik niet wist. Maar als ik mijn moeder, onze huisarts en maatschappelijk werkster uit die tijd goed begreep, hing het zwaard van Damocles boven mijn hoofd als ik sprak. Ik had gewoon geluk. De juiste oplossing werd voor mij bedacht. Wanneer ik mij aan de spelregels van zwijgen hield, kwam alles goed. Dus zweeg ik jaren lang. Soms twijfelde ik en dacht ‘wat zou er gebeuren als ik de vriendin die voor mij zit vertel dat ik een kind heb afgestaan’?

De medewerkster van de Fiom was een vrouw van mijn leeftijd. Ze stond mij vriendelijk te woord. Ze vroeg of ik het erg vond als er een jonge stagiaire bij het gesprek aanwezig zou zijn? Nee, het maakte mij geen klap meer uit!

Bij binnenkomst zag ik de papieren zakdoeken op tafel staan. ‘Voor als er gehuild moet worden’, zei ze lachend. De tenen in mijn schoenen kromden. Mijn nagels duwde ik in mijn handpalm. Vanuit mijn rug, kroop langs mijn wervels een pijn via mijn nek mijn hoofd binnen. Het was een vreselijke pijn en het bonken begon.

‘Denk maar niet dat ik ga huilen', had ik tegen haar willen schreeuwen. Dit genoegen gunde ik haar niet. Maar ik hield mijn mond. De vrouw voor mij was alleen maar aardig, keek niet op mij neer. Ze zorgde voor een steeds grotere verwarring binnen in mij.

‘Ze vond het een prettig gesprek’, zei ze na afloop tegen mij en ik had wel willen huilen. Mijn hoofd stond op exploderen. Ik mocht gaan. Ik zou nog van de Fiom horen. Ja, dacht ik, maar de Fiom niet van mij. Nooit meer! Dit had ik daar terplekke zo bedacht.

Met mijn liefste glimlach nam ik voorgoed afscheid van de Fiom. Van mij zouden ze nooit meer iets vernemen, mij zouden ze nooit meer zien…

Renée de Bode-Grollée
9 mei 2009

Stomme vragen

Door Tom Hendriks, Maatschappelijk Werker Fiom Anna kan er soms ontzettend kwaad over worden. Al die vragen die aan haar gesteld worden, zijn soms zo ...

Door Tom Hendriks, Maatschappelijk Werker Fiom

Anna kan er soms ontzettend kwaad over worden. Al die vragen die aan haar gesteld worden, zijn soms zo onbeschoft, zo brutaal en zo oliedom.

Laatst was er een medestudente, die te horen had gekregen dat Anna geadopteerd is. Vraagt die meid plompverloren of haar ‘echte ouders’ nog leven. En of ze niet eens nodig naar hen op zoek moet. “Lijkt me best wel leuk om met zo’n ploeg van Spoorloos op zoek te gaan en dan je ‘echte moeder’ te vinden”, had ze gezegd. “Best wel leuk”, zegt Anna smalend.

Anna heeft een prima leventje, vindt ze zelf. Ze heeft talloze vriendinnen, ze kan redelijk goed leren en ze heeft net haar rijbewijs gehaald. En haar ouders zijn gewoon top. Weliswaar geen ‘echte ouders’ in biologische zin, maar toch heel erg ‘echt’ in de zin dat ze lief, eerlijk en betrouwbaar zijn. Wat wil je nog meer?

Maar Anna heeft van die dagen dat ze zich niet zo lekker voelt. Een gevoel van eenzaamheid en leegte bekruipt haar en niemand kan haar dan echt helpen. Dan moet ze denken aan haar biologische moeder in Sri Lanka. Ze voelt zich heel verdrietig en mist de vrouw, die haar op de wereld zette. Ook al weet ze niet hoe de vrouw eruit ziet en hoe haar stem klinkt. Ze heeft immers enkel een naam. Een erg lange en ingewikkelde naam.

“Er zijn vast momenten dat mijn moeder in Sri Lanka en ik op hetzelfde moment aan elkaar denken en elkaar alle geluk van de wereld wensen”, zegt Anna om zichzelf moed in te praten. Ze heeft haar eigen manier gevonden om met het verdriet over het afgestaan zijn om te gaan. En ik vind dat ze dat heel goed doet.

Maar die onbehouwen vragen, die onverwachts worden gesteld, kunnen haar behoorlijk ontregelen. Want een vraag die door de vraagsteller zonder slechte bedoelingen wordt uitgesproken, kan de essentie van het verlies raken. Of haar nog maar eens inwrijven dat ze praktisch niets weet over de toedracht van het afgestaan zijn.

Anna heeft in haar leven wel honderden van dergelijke vragen voor de voeten geworpen gekregen. En meestal staat ze dan met een mond vol tanden. Omdat ze niet weet wat ze moet antwoorden, of omdat ze verbijsterd is over de vraag. Ik stel Anna voor om alle slechte vragen, die ze zich kan herinneren, wil opschrijven en dat we dan samen gaan zoeken naar gepaste antwoorden. Terwijl we daar mee bezig gaan, komt er een praktisch altijd toepasbaar antwoord bovendrijven: “Dat gaat je niets aan”. Maar omdat Anna netjes is opgevoed en ook graag aardig wil zijn, weet ze niet of ze dit antwoord vaak zal geven.

De medestudente die haar onlangs vroeg over haar ‘echte ouders’ en of ze wilde gaan zoeken, heeft ze laatst mooi beet gehad. “Hoe is het met jouw echte ouders?” had Anna zonder duidelijke aanleiding gevraagd. Het meisje had stomverbaasd gekeken. Anna denkt niet dat de boodschap is overgekomen. Maar ze heeft zelf best om die verbaasde blik kunnen lachen en lachen voelt een stuk beter dan jezelf verbijten.

 

Hulp

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder In tegenstelling van wat iedereen om mij heen verwachtte, werd ik niet gelukkig na de eerste ontmoeting met...

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder

In tegenstelling van wat iedereen om mij heen verwachtte, werd ik niet gelukkig na de eerste ontmoeting met mijn afgestane zoon.

Ja, de ontmoeting zelf was geweldig. Voldeed aan wat ik altijd gefantaseerd had (met uitzondering van de plaats) . Ik dagdroomde meestal over mijn afgestane zoon die ik ontmoette ergens op een zonnig terras in Rotterdam. We hadden samen een geweldig leuk en onderhoudend gesprek. Tot zover kwam mijn dagdroom uit.

Het gesprek met mijn zoon was geweldig, alleen de plaats was niet een zonnig terras maar de Raad van Kinderbescherming te Rotterdam. “Wat moet jij blij zijn dat jouw zoon je is gaan zoeken, wat een vreugde dat jullie elkaar hebben ontmoet”, zei iedereen die er over hoorde. Ik knikte ijverig van ja, maar in mijn hoofd sloop iets wat niet te sturen was.

Natuurlijk wist ik dat ik blij en gelukkig moest zijn over het feit dat hij mij was gaan zoeken en zelfs wilde ontmoeten, maar helaas werd ik verre van dat. Hoe groter mijn poging om gelukkig te zijn des te harder viel ik omlaag.

Ik, die een jaar na zijn geboorte zichzelf voorgenomen had om nooit meer te huilen, was daar wonderwel tot nu toe in geslaagd. Maar nu? De tranen stroomden zonder dat ik het wilde. Overal waar ik mij bevond, huilde ik dikke tranen. Ik begreep mijzelf niet meer en mijn omgeving begreep mij nog minder. Ik, die nooit ruzie had, zocht ruzie met iedereen.

Ik had hulp nodig, dat begreep ik wel. Maar waar haal je die hulp vandaan? Ik was de enige vrouw op de hele wereld die ooit een kind had afgestaan. Gelukkig was dat andere vrouwen nooit overkomen. Dus wie kon mij daarbij helpen? Maar er kwam een naam. De Fiom. Dit is een stichting die vrouwen zoals ik helpt. Ik viel van mijn stoel, ik was dus niet de enige. Er waren er meer….

Ik belde voor een afspraak en kreeg van de Fiom een uitnodiging voor een gesprek. De dag van het gesprek ging ik op pad. Voor het eerst naar Breda, de stad waar ik nooit eerder was geweest. Ik parkeerde mijn auto en liep het plein op. Het gebouw waar de Fiom gevestigd zit, is niet te missen: in mijn ogen architectonisch een prachtig gebouw.

Maar bij de eerste stap die ik over de drempel bij de Fiom zette, overviel mij een vreselijk gevoel. Ik was ineens weer 18, ik kreeg te maken met mensen die op mij neerkeken. Mijn allergie die ik na het afstaan van mijn zoon voor maatschappelijk werk en maatschappelijk werksters had ontwikkeld, kwam bij binnenkomst in alle hevigheid terug...

Renée de Bode-Grollée
27 april 2009

Afstandsmoeder

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder Hier sta ik dan voor het eerst op de weblog van de Fiom als afstandsmoeder. Voel mij een beetje bloot. ‘Afs...

Door Renée de Bode-Grollée, afstandsmoeder

Hier sta ik dan voor het eerst op de weblog van de Fiom als afstandsmoeder. Voel mij een beetje bloot. ‘Afstandsmoeder’, een woord dat ik haatte toen ik het enkele jaren geleden voor het eerst hoorde. Natuurlijk had ik het woord eerder gehoord, maar ik betrok dit nooit eerder op mijzelf. Het riep vele associaties bij mij op, maar met het woord zelf had ik weinig. Het woord klopte volgens mij niet. Ja, ik werd moeder. 41 jaar geleden van een zoon. Tot zover klopt dus het woord. Maar afstand? Nam ik afstand? Deed ik afstand van het kind dat uit mij geboren werd?

Toen ik op 18 jarige leeftijd zwanger thuis kwam, werden er verschillende gedachtes bij mij ingehamerd. Bovenaan de lijst stond dat ik mij moest schamen! Diep, diep schamen voor het feit dat ik ongehuwd zwanger was. Ik moest beseffen dat er nooit iets van mij terecht zou komen. Toen ik van deze gedachte overtuigd was, werd mij verteld dat ik nooit goed voor mijn kind zou kunnen zorgen. Er waren ouders die verlangde naar een kind, zij konden mijn kind bieden wat ik niet kon. En ik? Ik geloofde het.

Er zit een contradictie in het woord. Moeder en afstand het is niet aan elkaar te rijmen. Hoe kan je afstand van je kind doen? Dit kan niet! Het is tegennatuurlijk. Je moet na de geboorte en de afstand van je kind proberen te overleven. Lukt haar dat? Is er onderzoek gedaan hoe het de afstandsmoeder die jaren daarna vergaan is? Nee, er is nooit onderzoek naar haar gedaan. Niet over praten was het motto. En ik? Ik zweeg als een graf.

Dan, 36 jaar na zijn geboorte, word ik geconfronteerd met het woord afstandsmoeder. Het woord wat volgens mij niet klopte, maar door mij na 41 jaar volkomen geaccepteerd is. Het hoort bij mij.

Renée de Bode-Grollée
9 april 2009

Echt

Door Astrid Werdmuller, Maatschappelijk Werker Fiom Wat is echt? Een tafel is echt en een huis is echt. Een boterham met kaas is echt en als je hem op...

Door Astrid Werdmuller, Maatschappelijk Werker Fiom

Wat is echt? Een tafel is echt en een huis is echt. Een boterham met kaas is echt en als je hem opeet is hij er echt niet meer. Met een gedachte is het alweer anders: die is er, maar kan ook zo weer weg zijn, echt of niet. En gevoelens lijken echt, al blijkt vaak als je er in duikt dat er een ander gevoel onder zit dat misschien nog echter is. Een lastig woordje, dat echt. Echt lastig…

Binnen de adoptiewereld is het ook een belangrijk woord. Aan geadopteerden wordt gevraagd: ‘Heb je je echte moeder al gezocht?’ Aan adoptieouders met een anders getint dochtertje: ‘Weet je ook wie haar echte ouders zijn‘. En geadopteerden, adoptieouders en afstandsmoeders vragen zichzelf soms af of ze wel echt zijn: ben ik voor mijn ouders wel hun echte kind, of: ziet mijn kind mij wel als zijn echte ouder? Nogal eens pijnlijke vragen.

In de Triadegroep komen deze vragen en twijfels soms samen. De Triadegroep is een gespreksgroep voor afstandsmoeders, geadopteerden en adoptieouders. Dus niet met alleen maar lotgenoten, maar juist met alle partijen, alle kanten van de adoptiedriehoek.

Deze opzet kan tot bijzondere momenten leiden. Een zo’n moment was laatst. Een van de geadopteerden, Rob, vertelde over zijn biologische moeder. Hij had haar een half jaar geleden voor het eerst ontmoet en ze hadden een intens contact opgebouwd. Hij vond zoveel herkenning in haar, hij zag zoveel van zichzelf terug, dat hij verzuchtte: ‘Ik heb het gevoel dat ik eindelijk mijn echte moeder heb gevonden.’

Een van de adoptieouders kon zich toen niet meer inhouden, hoe goed ze ook probeerde zich in te leven in het geluk van Rob. Zij zei met de tranen over haar wangen: ‘Nu heb ik het gevoel dat ik geen echte moeder ben. Terwijl ik degene ben die mijn kinderen troost als ze verdriet hebben, die ze te eten geeft en zorgt dat ze veilig zijn. Die ze alle liefde geeft die ik in me heb.’ Het was goed dat ze zo eerlijk met haar gevoelens op tafel kwam, zo kon er een gesprek ontstaan. Een gesprek dat niemand koud liet.

Ria, afstandsmoeder, vertelde dat zij altijd het gevoel had dat ze er geen recht op had moeder te zijn van haar afgestane kind. Eigenlijk hadden alle drie de afstandsmoeders het gevoel dat de adoptiemoeders de echte moeders waren en zij niet.

En de geadopteerden? … die konden weer even ervaren hoe lastig het was om twee moeders te hebben en geen van beide pijn te doen. Een van hen zei: ‘Het woordje echt zou ik niet gebruiken, dat klinkt alsof er een echte en een onechte moeder zou zijn.’ We concludeerden met elkaar dat daar veel waars in zat.

Toevallig...

Door Astrid Werdmuller, Maatschappelijk Werker Fiom Annemieke, 15 jaar, is als Nederlandse baby afgestaan en geadopteerd. Ze wist als klein kind al da...

Door Astrid Werdmuller, Maatschappelijk Werker Fiom

Annemieke, 15 jaar, is als Nederlandse baby afgestaan en geadopteerd. Ze wist als klein kind al dat ze geadopteerd was en was er eigenlijk altijd wel mee bezig geweest. Ze stelde op haar vierde al vragen over haar moeder en was rond haar 8ste een periode behoorlijk ongerust over haar. Zou het wel goed gaan met haar, zou ze nog leven? - vroeg ze zich af. Voor een 8-jarig meisje zijn dat grote vragen.

In haar puberteit zag het er weer anders uit, Annemieke werd opstandig en onttrok zich steeds meer aan het gezag van haar adoptieouders. Ze wilde niet meer praten over wat haar bezighield en sloot zich op in haar kamer. Of was bij vrienden. Tot ze een keer in een ruzie met haar ouders in tranen uitbarstte en uitriep dat ze haar moeder zo mistte… Ze bedoelde haar biologische moeder, maar haar ouders hadden die toevoeging niet nodig, ze snapten meteen om wie het ging. Gelukkig maar.

Twee weken geleden had ik een intakegesprek met haar omdat ze wilde gaan zoeken naar haar moeder. Als iemand zo jong al wil zoeken betrekken we de adoptieouders er altijd bij. We willen natuurlijk niet dat de kloof die er toch al kan zijn in de puberteit groter wordt. Haar adoptieouders kwamen mee voor het gesprek. Het was een leuke combinatie: twee nette blonde mensen samen met een meisje met pikzwart lang haar en veel ijzerwerk – een piercing in haar neus en haar wenkbrauw, een metalen ketting en een zwart jasje met ijzeren ringen er aan. Het zag er vervaarlijker uit dan het was: Annemieke bleek een beetje verlegen, aardig meisje dat goed kon uitleggen waarom ze zo graag haar moeder wilde zoeken.

In de intakebespreking de week erna, waarin we altijd met ons team de intakes van de afgelopen weken bespreken, kwam als eerste Annemieke aan bod. Ik vertelde over haar. ‘O’, zei mijn collega, ‘ik heb net vorige week een intake gehad met een afstandsmoeder die op zoek wil naar haar dochter. Die dochter zou nu ook 15 zijn.’ Haar naam? Ineke T. En laat dat nou inderdaad de biologische moeder van Annemieke zijn! Onvoorstelbaar toevallig…

U had haar gezicht moeten zien toen ik het aan Annemieke vertelde. Ze kon het haast niet geloven. Hoe kon haar moeder nou weten dat zij behoefte had haar te zien? Tja, dat kon haar moeder natuurlijk ook niet weten. Maar blijkbaar was van beide kanten de drang om te gaan zoeken in dezelfde maand zo sterk dat ze allebei de Fiom belden.

Toevallig of was er meer aan de hand? Dat zullen we nooit weten, het leven is gelukkig niet altijd verklaarbaar. In ieder geval was het voor beide erg prettig dat de ander ook graag contact wilde.

7-2-2012
Fiom: Goede verwijzing bij onbedoelde zwangerschap belangrijkste taak huisarts!
Huisartsen krijgen gemiddeld maar een paar keer per jaar te maken met een ongewenste zwangerschap. Dit is te weinig om kennis wat betreft het maken va...
hele artikel lezen
30-1-2012
Adoptieudercursus 'Goede Start' in Utrecht en Leiden
Oudercursus ‘Goede Start’ dit voorjaar in Leiden en Utrecht Vraagt u zich ook wel eens af hoe u de band met uw kind kunt verstevigen? Wat u kunt doen ...
hele artikel lezen
24-1-2012
Eerste Nederlandse site voor geadopteerden
Er zijn inmiddels miljoenen websites maar geadopteerden konden er tot dusver geen een vinden met én uitgebreide informatie over geadopteerd zijn én ee...
hele artikel lezen
21-12-2011
Boek 'Op zoek naar mijn vader' werpt licht op zoektocht KID-kind naar donor
Weten van wie je afstamt van essentieel belang: ‘Hoe goed de relatie met hun ouders ook is, ze willen allemaal graag meer weten over hun donor en over...
hele artikel lezen
26-10-2011
Oproep: Help je eigen kliniek de zorg te verbeteren
Help je eigen kliniek de zorg te verbeteren en werk mee aan dit resultaatgerichte onderzoek! Voor het onderzoeksproject ‘De rol van de patiënt in het ...
hele artikel lezen
Disclaimer | Privacy Statement | KvK | Alle rechten voorbehouden Stichting Ambulante Fiom © 2012